De Historie van 103 in het algemeen

Door Lkol A. Rens
de Trakehners
1961 – 2001

Omdat het splitsen van 102 Verkenningsbataljon al sinds mei 1960 was voorbereid, zoals in het vorige hoofdstuk reeds beschreven, kon bij de officiële oprichting op 15 juni 1961 het bataljon reeds beschikken over twee verkenningseskadrons, en het voormalige stafeskadron van 102 Verkenningsbataljon, dat in de volgende maanden zou uitgroeien tot het staf, staf- en verzorgingseskadron. Tevens werd het C-Eskadron geformeerd. Om niet al te zeer in herhaling te vervallen, wordt voor de periode van april 1960 tot april 1963 ook verwezen naar het vorige hoofdstuk. Ook dit bataljon mocht zelf een schuilnaam uitzoeken, dat werd ‘Trakehner’. Het brandmerk van dit paardenras is een elandsgewei en dat werd het logo van het bataljon. Teneinde de opleiding beter te kunnen organiseren werd de organieke samenstelling van de eskadrons in 1962 opgeheven. Zo ontstonden tijdelijk een verkennerseskadron, een tankeskadron, een tirailleureskadron en een mortiereskadron. Ook werden nieuwe handvuurwapens in gebruik genomen, de pistoolmitrailleur UZI en het geweer FAL.

Op 12 december 1962 leverde het C-eskadron een ere-afzetting van honderd man bij de uitvaart van prinses Wilhelmina. Het detachement van 103 Verkenningsbataljon droeg trots de zwarte baret, terwijl alle andere eenheden een binnenhelm droegen. Ritmeester Rens werd met van alles en nog wat bedreigd, totdat Z.K.H. Prins Bernhard opdracht gaf aan de adjudant van H.M. luitenant-kolonel W.R.A. baron van Tuyll van Serooskerke, om uit te zoeken van wie toch dat perfecte detachement met zwarte baret was. De storm luwde ogenblikkelijk. In december begon ook de omscholing op de AMX 13 tank, die tot maart zou duren. Verheugd werd afscheid genomen van de Centurion, alleen het inleveren was niet zo aangenaam. Terwijl de tankers bezig waren met hun nieuwe voertuig, gingen de verkenners en de tirailleurs in februari hun conditie opvijzelen bij het Korps Commandotroepen. In maart reden de nieuwe tanks van de trein.
Op 30 april 1963 verliet het bataljon definitief ‘t Harde. Toen de colonne op 30 april ‘s-avonds in Hohne arriveerde, konden de officieren zich meteen verkleden in atilla voor het koninginnebal. De echtgenote van de ‘Kommandeur der Schießplatz’, Frau Christa von Kessel, had gezorgd voor een autobus vol lieftallige jonge dames. Op 1 augustus 1963 kreeg het C-eskadron de klein-verlof status (KV), maar in werkelijkheid werd het zelfstandig als 41 Verkenningseskadron van 41 Pantserbrigade. Het eskadron schonk het bataljon ter gelegenheid van deze afsplitsing de eerste Trakehnervlag. De vlag was vervaardigd door mevrouw L. Baudoin, de echtgenote van de plaatsvervangend eskadronscommandant.

Hoewel het bataljon geen deel uitmaakte van 41 Pantserbrigade, werd het nu wel een onderdeel van de 4e Divisie, het legerkorpsembleem werd verwisseld voor het klaverblad. Nauwelijks geïnstalleerd in Seedorf, ging het bataljon weer terug naar bivak Hirschberg bij baan 21 om van daar uit deel te nemen aan de oefening ‘Blaas Veilig’ van de 4e Divisie. Ook kwam er een nieuwe bataljonscommandant, luitenant-kolonel J.D. (Dam) Backer. Helaas verloor het bataljon op 10 januari 1964 zijn S3, majoor J.A.C. Kapteyn, die voor de kazernepoort verongelukte. De mitrailleur Browning .30 werd nog voor de schietserie Hohne in april ingeruild tegen de MAG. Ook werden de eerste contacten gelegd met PanzerAufklärungsBataljon 3 in Lüneburg. Dat resulteerde in het over en weer bezoeken van het koninginnebal op 30 april in Seedorf en het Frühlingsball in Lüneburg een maand later. De kerstviering in de Sankt Vitikirche haalde de voorpagina van de Legerkoerier. Het Trakehnerkoor, met als dirigent de plaatsvervangend bataljonscommandant majoor D.H. Abbenes en ritmeester H. de Jong aan het orgel, zong de sterren van de hemel.

Op 1 februari 1965 kreeg het bataljon het divisiefanion uitgereikt als meest verdienstelijke onderdeel van de 4e Divisie. Later in die maand werd voor het eerst geoefend tegen het toekomstige ‘Paten Bataillon’. Op 1 mei 1965 droeg luitenant-kolonel Backer in de stromende regen het commando over aan luitenant-kolonel J.H. Bos, die zijn eigen stempel wel heel stevig op het bataljon zou gaan drukken. Hij voerde ook de jaarlijks terugkerende standaardoefeningen Weser-Sprong en Alte-Aller in. In juni ging de eerste Weser-Sprong van start, samen met PanzerAufklärungsBataljon 3 en ondersteund door het Duitse geniebataljon uit Barme. Dat jaar werd ook het draagbare antitankwapen Carl Gustav ingevoerd en de AMX 13 kreeg infrarood nachtzichtapparatuur.

Ritmeester J. Valstar mocht meerijden in het cavalerie ere-escorte bij het huwelijk van H.K.H. prinses Beatrix. Een jaar later bij het huwelijk van H.K.H. prinses Margriet viel die eer te beurt aan majoor Jhr F.E.M. van de Poll en ritmeester A. Rens. Op 24 maart 1966 was het eindelijk zover, de ‘Patenschaft’ met PanzerAufklärungsBataljon 3 was een feit. Belangrijke veranderingen werpen hun schaduw vooruit: het najaar stond in het teken van de omscholing op de M113. In de ‘Walkmühle’ vond op 3 december het eerste Trakehnerbal voor de officieren plaats, er zouden nog vele volgen. Een andere nieuwe traditie die door overste Bos werd ingevoerd was de jaarlijkse sportwedstrijd tussen de eskadrons om de Zilveren Trakehner. Een goede voorbereiding op de Boreel Sportwedstrijden tijdens de voorjaarsschietserie. Tijdens die schietseries zat het bataljon altijd op dezelfde stek, de Hirschberg. Daarnaast is later de kazerne Langemanshof gebouwd.

Op 17 februari 1967 reden op ‘Bahnhof Godenstedt’ achter de kazerne de eerste M113’s van de trein, de voorste bestuurd door de S4, majoor Van de Poll. Eerst op 14 juli was het zover dat de nieuwe voertuigen hun amfibische kwaliteiten mochten tonen. Eerst vanwege ‘je kunt nooit weten’ in stilstaand water bij Stade en drie dagen later het echte werk in de Weser bij Minden. Bij de oefening ‘Wesersprong’ vier weken later werd het nog eens tactisch verantwoord overgedaan.

In 1970 maakte luitenant-kolonel Jhr A. van der Goes abrupt een einde aan een bijna vijf jaar oude traditie om iedere schietserie op de Hirschberg te bivakkeren: het bataljon werd voortaan gelegerd in Oerbke Lager. Het jaar daarop werden de AMX-tanks ingeleverd. Overste Van der Goes reed de eerste Leopard I de kazerne binnen en ramde daarbij de poort. In 1972 werd het bataljon eindelijk weer eens ‘meest verdienstelijke onderdeel van de 4e Divisie’, zodat luitenant-kolonel R.P. Hoondert uit handen van de divisiecommandant het divisiefanion mocht ontvangen.

De op 1 september 1973 aangetreden bataljonscommandant luitenant-kolonel P.A.F. Cavadino mocht reeds op 13 september de ouverture van de legerkorpsoefening ‘Big-Ferro’ inzetten, door wadend met de Leopards en varend met de M113’s een bruggehoofd aan de noordoever van de rivier de Aller te vermeesteren. Het bruggehoofd werd snel uitgebreid totdat het bataljon in de loop van de middag vastliep op verbeten weerstand van het Groenlandse 45 Pantserinfanteriebataljon. De eerste week van de oefening mocht de staf van 103 Verkenningsbataljon de verenigde krachten van beide verkenningsbataljons aanvoeren, de staf van 102 Verkenningsbataljon trad op als hulpleidersorganisatie. De tweede week werden de rollen omgedraaid. Voor de eerste maal bij zo’n grote oefening was het een ‘free battle’, waarbij de scheidsrechters aan de hand van een puntenlijst sterkte, artilleriesteun, verrassing, gebruik van het terrein etc. honoreerden. De commandant met de foefjes, en die kwam bij de Huzaren van Boreel vaker voor dan elders, werd zo beloond.

Tijdens het commando van luitenant-kolonel J. Valstar presteerde het bataljon het om de Bult Franciscup voor de verbijsterde neuzen van de tankbataljons weg te kapen. Ook op sportief gebied deed het bataljon het goed onder deze overste: bij de Boreel Sportwedstrijden in 1976 werd het A-eskadron winnaar en bezette het B-eskadron de tweede plaats. Het hield niet op, want twee maanden later won het team van 103 Verkenningsbataljon bij de wedstrijden om de ,Boeselager Preis’ het internationale klassement. In mei 1978 bracht een team van het B-eskadron deze prijs wederom naar Seedorf.

In 1977 namen de M113 C&V’s afscheid van hun .50 en kregen inplaats daarvan een nieuwe koepel met een 25 mm snelvuurkanon. Tijdens de schietserie in september werd voor het eerst daarmee geschoten. Met de komst van ritmeester J. Attema in maart 1978 als commandant A-eskadron begon het te regenen en dat ging het gehele jaar door. Er werd al spoedig gesproken over ‘Attematisch weer’. Zelfs het kerstfeest van het B-eskadron in de Harz viel in het water. Bij de grote legerkorpsoefening ‘Saxon-Drive’ in september 1978 was het meest spraakmakende wapenfeit de gevangenneming, door de onder bevel gestelde 2. Kompanie PanzerAufklärungsLehrBataillon 11 uit Munster, van de vijandelijke divisiecommandant generaal-majoor J. Makkink.

In februari 1979 werd de Noordduitse laagvlakte geteisterd door zulke grote hoeveelheden sneeuw, dat zowel het civiele als het militaire leven totaal werd ontwricht. In Seedorf werd zelfs een crisiscentrum ingericht. Ook het sociale leven werd ontwricht, maar dat door een boek geschreven door een leraar van de Nederlandse school met de titel ’De Roddel’. Bij de Boeselager wedstrijden in mei van dat jaar werd het bataljon voor de derde en voorlopig laatste maal winnaar. Het team werd aangevoerd door eerste-luitenant J.W. Beekman en wachtmeester R. Boom. De volgende twee jaar eiste 41 ZVE die eer op. Na vele jaren werd de oefening Wesersprong weer eens uit de kast gehaald, ‘up to date’ gemaakt en uitgevoerd. Daarna was het bataljon gereed voor de divisie-geleide bataljonsoefening ‘Steeple-Chase’, waarbij 42 ZVE werd ingedeeld als C-eskadron.

Luitenant-kolonel W.F.S. van Lingen werd in de nadagen van zijn bataljonscommando geconfronteerd met de wijze waarop twee korporaals van het bataljon in de dubbelfunctie van bestuurder Leopard I/afgewezen minnaar hun leed trachtten te verwerken. De een reed met zijn tank naar Bremervörde, plette daar een aantal auto’s en ramde vervolgens het stadhuis. De ander reed door de gesloten poort en ging rechtsaf op weg naar Nederland. In Meppen sloot hij de luiken en ging eerst maar eens slapen. Daar werd hij gearresteerd. Om herhaling te voorkomen moesten voortaan van de in de kazerne geparkeerde tanks de eindaandrijvingen worden losgekoppeld. Dat duurde tot een verhoogde paraatheid werd afgekondigd.

Tijdens de schietserie in juni 1980 wisten de tankers van het A-eskadron beslag te leggen op de Generaal Gitzbeker voor de best schietende eenheid, een unieke prestatie voor een verkenningseenheid. Het jaar daarvoor had de auteur van dit boek deze beker nog in ontvangst mogen nemen. Het jaar daarop werd deze prestatie nog overtroffen door zowel de Bergen op Zoombeker als de Generaal Gitzbeker te winnen. De 15e verjaardag van de ‘Patenschaft’ met PanzerAufklärungsBataillon 3 werd in Lüneburg gevierd. Ter gelegenheid van de 20e verjaardag van het bataljon werd op 19 juni 1981 een grote reünie georganiseerd. In Zeven werd een hippische show gegeven en werd het materieel aan den volke getoond, terwijl het Trompetterkorps der Cavalerie opgewekte marsen speelde. Vervolgens werd in Seedorf door luitenant-kolonel G.H. Eleveld het commando overgedragen aan luitenant-kolonel R.E. Abbas. Hierbij verbijsterde luitenant-kolonel Spiering, de commandant van het ‘Patenbataillon’, eenieder door in onberispelijk nederlands een toespraak te houden.

In het najaar van 1983 kreeg het B-eskadron als eerste de Leopard II. In het jaar daarop kwam ook de video-oefenuitrusting en de mobiele bedieningssimulator. In september 1984 werd voor de oefening ‘Autumn-Moment’ het bataljon aangevuld door het pas opgerichtte zusterbataljon 104 Verkenningsbataljon, de Veluwse Adders. De beide bataljonsstaven mochten beurtelings het commando voeren. Vlak voor het afscheid van luitenant-kolonel R. Reitsma wist het bataljon eindelijk weer eens beslag te leggen op de eerste plaats in de internationale klasse van de Boeselager wedstrijden.

Het jaarlijkse Trakehnerbal voor de officieren werd in 1988 gehouden te Wester-Timke. Jammer genoeg kon luitenant-kolonel P. Bruinink daar slechts één oudgediende begroeten, luitenant-kolonel A. Rens, toendertijd commandant van het zusterregiment Huzaren Prins Alexander. Na de schietserie 1988-3 mocht het A-eskadron als C-104 Verkenningsbataljon meedoen met de legerkorpsoefening ‘Free-Lion’. De staf van 103 verkenningsbataljon mocht de hulpleidersorganisatie voor zijn rekening nemen. Vanwege de vele overplaatsingen werd een aantal reserve officieren verzocht de open plaatsen op te vullen. Door de reserve majoors P.T. Kok en L.P.M. Winkelman en reserve ritmeester A.M.J. Fischer werd enthousiast gevolg gegeven aan deze oproep. Het ouderweekeinde van het Staf-en verzorgingseskadron in oktober wordt dit keer vermeld, omdat van een aantal officieren en onderofficieren de snorren bij opbod werden verkocht. Hierdoor kon een aanzienlijk bedrag worden aangeboden aan het Instituut voor Gehandicapte Kinderen te Zoeterwoude.

Een ingrijpende gebeurtenis in 1989 was het verdwijnen van de mortier 4.2 inch uit de organisatie, en daarmee ook de M 106. Voor de vuursteun waren de verkenningsbataljons voortaan volledig aangewezen op de veldartillerie. Menigeen had daarover zo zijn twijfels. Bij de schietseries in dat jaar werd voor het eerst sinds het commando van luitenant-kolonel Van der Goes niet in Oerbke gelegerd, maar heel toepasselijk in het bivak ‘Trakehen’. Deze verandering viel samen met het aantreden van een nieuwe bataljonscommandant, luitenant-kolonel P.H. de Vries. Februari 1990 was de maand waarin de divisiegeleide bataljonsoefenig ‘Twin-Rider’, met A-104 Verkenningsbataljon onder bevel, vanwege het uitzonderlijk slechte weer niet doorging. Door opdooi, sneeuw, regen en ijzel zou waarschijnlijk onaanvaardbare schade zijn aangericht. Bijzonder in december 1990 was dat het A-eskadron naar Roosendaal ging voor de oefening ‘Pantserstorm’, iets wat de ‘duitse’ verkenners al heel lang niet meer hadden gedaan, en dat het B-eskadron in verband met de diensttijdverkorting twee maanden eerder afzwaaide.

In 1991 vonden drie jubilea plaats: PanzerAufklärungsBataillon 3 bestond 35 jaar, 103 Verkenningsbataljon bestond 30 jaar en de ‘patenschaft’ tussen beide bataljons was 25 jaar oud. Dat werd op 14 juni juni 1991 uitbundig gevierd. De ‘5e Kompanie’ kwam voor een hele week naar Seedorf. Er was een buitengewoon appèl van beide bataljons in de stad Zeven, gevolgd door een defilé met alle voertuigen. Het civiele verkeer lag een uur lang in coma. Tot overmaat van ramp had de ‘Autobahn Polizei’ vanwege een ongeval alle verkeer via Zeven geleid. Tot slot was er een barbecue voor 1000 man waarbij 3000 liter bier werd getapt. Een gigantische operatie die vlekkeloos verliep, mede dank zij de regie van de plaatsvervangend bataljonscommandant majoor D. Brunt.

Op 1 juli 1992 werd te Seedorf 41 Lichte Brigade formeel opgericht. Dit was in grote lijnen een voortzetting van 41 Pantserbrigade, waaruit 43 Tankbalaljon was verdwenen en waaraan 103 en 104 Verkenningsbataljon werden toegevoegd. Het laatstgenoemde bataljon alleen in oorlogstijd, in vredestijd bleef 104 Verkenningsbataljon deel uitmaken van de 1e Divisie ‘7 december’. De commandant van de 4e Divisie had 103 Verkenningsbataljon reeds op 14 januari 1992 te Oerbke overgedragen aan commandant 41 Pantserbrigade. Bij deze gelegenheid overhandigde generaal-majoor C. Dekker het divisiefanion aan luitenant-kolonel P.H. de Vries. Brigade-generaal K. Kraak bleef brigadecommandant. Een voorstel van commandant 41 Lichte Brigade om de stafcompagnie om te vormen tot een stafeskadron werd door de BLS afgewezen, ondanks positief advies van de divisiecommandant en de legerkorpscommandant. Bij het eerste brigade-appèl stond ook de standaard van het regiment ingetreden. De verkenningseskadrons werden gereorganiseerd en bestonden voortaan uit een verkennerspeloton, een tankpeloton en een tirailleurpeloton.

Op wedstrijdgebied gooide het bataljon in 1992 weer hoge ogen. Het Boeselagerteam, gecoached door ritmeester D.J. Echten en gecommandeerd door eerste-luitenant M.C. Buitink, werd in mei winnaar in het internationale klassement. Het tankpeloton van het B-eskadron werd winnaar bij de wedstrijd om de Bult Franciscup in september, iets wat gewoonlijk de tankbataljons onder elkaar houden. Bij de Bergen op Zoom wedstrijden eindigde dat peloton op de tweede plaats. In mei van dat jaar was afscheid genomen van de laatste M113A1. Deze voertuigen werden vervangen door de YPR765 pri 25 mm. In het schitterende, doch moeilijke terrein van de Eiffel oefende 41 Lichte Brigade voor het eerst in het kader van het ‘Mobile Counter Concentration Defence Concept’. Dit bracht tot dusver onbekende tijd/ruimte factoren met zich mee. Bijvoorbeeld een verplaatsing van bijna 100 km, aansluitend een voorwaartse doorschrijding en vervolgens een gebiedsverkenning.

In 1993 mocht 103 Verkenningsbataljon, als winnaar in het voorgaande jaar, de wedstrijd om de Bult Franciscup organiseren. Tot ontzetting van de tankbataljons werd het deelnemende tankpeloton van 103 Verkenningsbataljon wederom winnaar. De plaatsvervangend brigadecommandant, kolonel R.R.R.E. Meeder, reikte op een speciaal bataljonsappèl een groepswaardering uit aan de pelotonscommandant, kornet E.R. Wilmink. Op 20 januari 1994 werd het bataljon opnieuw meest verdienstelijke onderdeel van de 4e Divisie en kreeg luitenant-kolonel J.L. Johan het divisiefanion uitgereikt. Beide verkenningsbataljons voerden nu gelijktijdig het fanion van hun divisie. De zomerschietserie 1994 van het B-eskadron is het vermelden waard omdat toen ook de legerkorps vaardigheidswedstrijden werden gehouden. Met alles waarmee je kon schieten legde het B-eskadron beslag op de eerste plaats. Het bataljon had nu voor het derde jaar in successie de Bult-Franciscup in zijn bezit. Eerlijkheidshalve moet worden vermeld dat de meest geduchte tegenstanders van weleer, 41 en 43 Tankbataljon, inmiddels waren opgeheven. Ook werd na vele jaren weer eens een Boreelsportdag gehouden.

Nadat 104 Verkenningsbataljon op 12 januari 1995 was opgeheven, werden de tradities en de fanions van het Adderbataljon overgenomen door het Trakehnerbataljon. Een lichtpuntje daarbij was dat het C-eskadron in maart 1996 weer paraat zou worden gesteld. Op 31 augustus stond het B-eskadron aangetreden bij de oprichting te Münster van het 1e Duits-Nederlandse Legerkorps. Luitenant-generaal R. Reitsma ontving in aanwezigheid van bondskanselier H. Kohl en minister-president W. Kok het vaandel met de spreuk ‘Communitate Valemus’. Luitenant-kolonel Johan was hiervan dermate onder de indruk, dat hij deze gebeurtenis daags daarna op het bataljonsappèl vergelijkbaar achtte met de Vrede van Munster in 1648. Op Prinsjesdag vormde het B-eskadron, aangevuld met een deel van het Staf, staf- en verzorgingseskadron, een deel van de erehaag. Nu kon de Residentie genieten van het uit volle borst gezongen Boreellied. Op 8 december werd het laatste schot met een Leopard II bij het bataljon afgevuurd. Vuurkracht en stootkracht zouden voortaan moeten worden geleend.

Het voorjaar van 1996 stond in het teken van reorganisatie, materieel inleveren en materieel ontvangen. De verkenningseskadrons bestonden nu uit twee verkenningspelotons à zes verkenningsvoertuigen en een tirailleurpeloton à vier YPR765 pri 25 mm. Als interimoplossing, tot de komst van de Fennek, werden ook de M113 C&V vervangen door YPR765 pri 25 mm. Het geweer FAL en de pistoolmitrailleur UZI werden beide vervangen door de Diemaco. Op 15 januari kwamen de laatste dienstplichtigen, lichting 95-10, binnen bij het B-eskadron. In februari werd nog een commandopostoefening gehouden, voorlopig de laatste. Ritmeester R. Wilmsen droeg op 15 februari het commando over het A-eskadron over aan ritmeester R. van Zanten, om zich vervolgens te gaan wijden aan het paraat stellen van het C-eskadron. In 1996 werd daarvan alleen het logistieke peloton geformeerd, in het voorjaar van 1997 de beide verkenningspelotons en het tirailleurpeloton. Het bevoorradingspeloton werd veranderd in een reorganisatieteam. ‘Light-Recce’ was de laatste oefening met dienstplichtigen, maar wel al geënt op de nieuwe organisatie.

Tijdens een gecombineerd ouderweekend van het staf, staf- en verzorgingseskadron en het B-eskadron droeg luitenant-kolonel J.L. Johan, in het bijzijn van meer dan vijfhonderd ouders, het commando over aan luitenant-kolonel W. van den Bos. De allerlaatste dienstplichtigen verlieten nu het bataljon. In de tweede helft van 1996 lag de nadruk op het herzien van de opleidingsgangen en de vaste orders. Het beleid voor de nieuwe organisatie moest worden vastgelegd en alle oefeningen werden opnieuw tegen het licht gehouden. De eerste beroeps-huzaren kwamen binnen, maar nog wel mondjesmaat. In december kwam het definitieve bericht dat het A-eskadron in juni 1997 als onderdeel van 42 NL Mechbat RHPO/RHB zou worden uitgezonden naar Bosnië.

Het A-eskadron werd geheel op sterkte gebracht en bereidde zich in de eerste vier maanden van 1997 voor op de uitzending naar Bosnië. Dat culmineerde in april in een gezamenlijke oefening met 42 Tankbataljon RHPO in en om Vogelsang. Na het inschepingsverlof verplaatste het eskadron zich in de eerste helft van juni naar Bosnië. Het A-team 42 NL Mechbat, zoals het eskadron nu heette, kreeg als bais Camp Knezevo met één pelotonsteam aan de andere kant van de berg in Obodnic. De ‘area of responsibility’ (AOR) van het team lag zuid-oost van de stad Banja Luka. In oktober bezochten de regimentscommandant luitenant-kolonel R.J. Nix, en de regimentsadjudant/standaarddrager J.J. Breukelman het A-team. In december 1997 vertrok het B-eskadron onder de vleugels van 11 Tankbataljon, dat werd nu 11 NL Mechbat RHS/RHB, naar Bosnië en nam daar de posities van het A-eskadron over.

Het C-eskadron oefende in januari 1998 met Duitse ‘Gebirgsjäger’ op meer dan 2000 meter hoogte in de omgeving van Berchtesgaden en de volgende maand schoot en oefende het bij Putlos aan de Kieler Bucht. In maart oefende het twee weken lang in Hammelburg met parachutisten van het Franse Vreemdelingenlegioen. Bericht kwam dat de Boeselager wedstrijd dit jaar niet doorging. Het B-eskadron keerde in juni terug uit Bosnië. Luitenant-kolonel S. van Klaarbergen nam in september het bataljonscommando over van luitenant-kolonel W. van den Bos. Het C-eskadron nam in oktober deel aan een internationale wedstrijd voor lange afstand verkenners in Wales. Drie dagen lang werd in zwaar begaanbaar, bergachtig terrein onder abominabele weersomstandigheden gepatrouilleerd over een afstand van 80 km. Slechts 17 van de 98 deelnemende teams haalden de finish, het C-eskadron werd derde en daarmee beste buitenlandse eenheid.

Het jaar 1999 bracht ingrijpende veranderingen voor het bataljon. De omvorming van 41 Lichte Brigade in 41 Gemechaniseerde Brigade (41 Mechbrig) bracht tevens een standplaatsruil met 101 Tankbataljon RHPA met zich. Op 11 juni verhuisde het bataljon naar de Dumoulinkazerne te Soesterberg. Er vond een levendige ruilhandel in personeel plaats tussen beide bataljons. Het C-eskadron bleef achter in Seedorf en werd getransformeerd tot 41 Brigade Verkenningseskadron (41 BVE). Het bataljon werd nu ‘vierkant’ gemaakt met het A- en B-eskadron paraat en het C- en D-eskadron mobilisabel. De beide parate eskadrons bleven kampen met onderbezetting, zodat voortdurend moest worden geschoven met personeel. De teamvorming kwam dat niet ten goede. De eventuele uitzending van het B-eskadron naar Cyprus bleek in september definitief niet door te gaan. Wellicht zou Kosovo of Bosnië daarvoor in de plaats komen.

Op de tv werd een nieuw programma uitgezonden, Big Brother. Een van de deelnemers was een oud huzaar van het A-eskadron, Bart Spring in ‘t Veld. Ter verhoging van zijn moreel werd in oktober 1999 door een sterke deputatie van het eskadron, buiten het Big Brotherhuis uit volle borst het Boreellied ten gehore gebracht. Heel het land luisterde mee. Het A-eskadron voltooide de opleiding voor de uitzending met de eindoefening van twee weken in Engeland en vertrok begin december naar Cyprus. Het B-eskadron had de twijfelachtige eer om op oudejaarsavond paraat te zijn voor ‘milenniumbijstand’. Die eindigde om 03.30 uur omdat er gewoon niets mis ging.
De oefening Recce-Clop speelde tweede helft januari 2000 in de omgeving van Cloppenburg en was in zover bijzonder dat het bataljon vijfhonderd militairen in het veld bracht. Van het ‘Patenbataillon’ waren twee ‘Kompanien’ geleend en ook 102 EOV-compagnie (elektronische oorlogvoering), 330 Herstelcompagnie en 13 Geneeskundige Compagnie deden mee. En niet te vergeten reserve luitenant-kolonel P.T. Kok en reserve eerste-luitenant R.P.C. Neve, laatstgenoemde was ingedeeld als pelotonscommandant bij het mobilisabele D-eskadron. In maart oefende het bataljon met 43 Mechbrig in Hongarije. Het B-eskadron, voorbestemd om per 1 juli 2001 het verkenningseskadron van deze brigade te worden, kon zo alvast zijn visitekaartje afgeven.

Het Staf, staf- en verzorgingseskadron leverde in mei een erewacht voor de Japanse keizer en het A-eskadron was begin juni weer terug uit Cyprus. Tijdens de schietserie in Hohne werd op 15 juni 2000 de 39e verjaardag van het bataljon gevierd. Hierbij droeg op baan 11 adjudant J.J. Breukelman zijn functie van regimentsadjudant/standaarddrager over aan adjudant J.H.M. Claessen. De maand juni werd afgesloten met een ‘medal-parade’ te Nieuwegein voor het A-eskadron in verband met hun uitzending naar Cyprus. Luitenant-kolonel S. van Klaarbergen droeg op 3 juli het commando over het bataljon over aan luitenant-kolonel M.C. Dulfer. Het jaar werd afgesloten met twee weken oefenen in Holstein, waaraan ook zes reserve officieren deelnamen, en een tactische oefening zonder troepen in de Vogezen.

Het laatse jaar van het parate bestaan van het bataljon werd gekenmerkt door een vliegende start in het eerste kwartaal. Helaas gooide de mond- en klauwzeer epidemie roet in het eten en werd de grote eindoefening na een week beëindigd. Daarvoor in de plaats kwam inzet in de haven van Rotterdam tot begin juli. In het tweede kwartaal lag de nadruk reeds op het oprichten van 42 en 43 BVE en het reserve stellen van het bataljon. Met de defensienota 2000 was het begrip reserve-eenheden ingevoerd in plaats van mobilisabele eenheden. Vooral het staf- en verzorgingseskadron kreeg het moeilijk omdat het personeelsbestand sinds oktober 2000 nauwelijks meer was aangevuld. Ook de beide verkenningseskadrons zaten op slechts 60 à 70 % van de organieke sterkte. In juni werd een grote reünie gehouden waaraan achthonderd trakehners deelnamen. Op 5 november 2001 werd het A-eskadron 42 BVE en het B-eskadron werd 43 BVE. De eskadrons bleven voorlopig nog in Soesterberg totdat de infrastructuur in Oirschot en Havelte gereed zou zijn. Op 5 juni 2003 werd 103 ISTAR-bataljon opgericht, zoals reeds vermeld in hoofdstuk 28. Het gros van dat bataljon zal worden gelegerd in de Tonnetkazerne te ‘t Harde.

Illustraties:

1. Tijdens de schietserie Hohne bezocht Z.K.H. Prins Bernhard in zijn functie van Inspecteur Generaal op 11 april 1962 het bataljon op baan 20.
Comité van ontvangst van links naar rechts: commandant B-eskadron ritmeester P.A.F. Cavadino, bataljonscommandant luitenant-kolonel M.A. van den Wall Bake, commandant C-eskadron ritmeester A. Rens en plaatsvervangend bataljonscommandant, tevens hoofd sectie 3 majoor P.J. van Splunter.
2. Na de ‘battlerun’ koffie. Van links naar rechts luitenant-kolonel Van den Wall Bake, Z.K.H., majoor Van Splunter, ritmeester Rens.
3. Bataljonscommandant luitenant-kolonel G.H. Eleveld en zijn plaatsvervanger majoor R.R.R.E. Meeder.
4. Commando-overdracht van luitenant-kolonel R.E. Abbas aan luitenant-kolonel R. Reitsma, juni 1983.
5. Van links naar rechts: bataljonscommandant luitenant-kolonel R. Reitsma, plaatsvervangend bataljonscommandant majoor R.R.R.E. Meeder, commandant verzorgingspeloton kapitein A. van Riel, commandant B-eskadron ritmeester R.E. de Pruyssenaere de la Woesteyne, commandant A-eskadron ritmeester P.J.E.J. van den Aker, dominee, waarnemend commandant Staf, staf- en verzorgingseskadron eerste-luitenant R.P. Wetters, verbindingsofficier eerste-luitenant A.J.M. Koevoets, augustus 1983.
6. Commando-overdracht op 27 juni 1987 van luitenant-kolonel P.E. Selles aan luitenant-kolonel P. Bruinink. Paradecommandant was majoor F.W. Piekema.
7. Commando-overdracht op 2 november 1971 van luitenant-kolonel Jhr A. van der Goes aan luitenant-kolonel R.P. Hoondert.
8. Luitenant-kolonel J.L. Johan ontvangt uit handen van generaal-majoor J.C. Kosters het divisiefanion. Rechts brigadecommandant J. Reitsma.
9. Op zaterdag 22 november 1997 toonde 103 Verkenningsbataljon, tezamen met het Hongaarse leger, zijn materieel aan de bevolking van Várpalota.
10. Oorkonde Boeselager 1992.
11. Beëdiging in Hohne op 7 april 1962 van de reserve tweede-luitenants Jhr A.J. Sandberg en H. van Riessen. De andere twee luitenants zijn van 102 verkenningsbataljon. Begeleider van de te beëdigen officieren is eerste-luitenant J.J.M. Baudoin, paradecommandant is ritmeester F.H. Dòlleman.
12. Beëdiging in ‘t Harde op 12 december 1962 van reserve tweede-luitenant Jhr J.L. den Beer Poortugael door de regimentscommandant, luitenant-kolonel A.W.F. von Balluseck. Ritmeester-adjudant H.J. Taal, paradecommandant majoor P.J. van Splunter.
13. Alte Aller, 26 juni tot 3 juli 1970.
14. 15. 19. Vrijdag14 Juni 1991, het defilé door de ‘Stadt Zeven’ ter gelegenheid van 25 jaar ‘Patenschaft’. Het verkeer lag van 16.00 tot 17.00 uur in coma.
16. Baan 9, september 1992 het strijdtoneel van de Bult Franciscup.
17. De plaatsvervangend bataljonscommandant majoor W.F. Anthonijsz. Geen gras was hem te hoog.
18. Op 28 mei 1967 vond in de tuin van ritmeester A. Rens een zwemwedstrijd plaats tussen ritmeester W.F.S. van Lingen en eerste-luitenant G.H. Eleveld, waarvoor luitenant-kolonel J.H. Bos een kruik genever uitloofde.
20. Vrijdag 14 juni 1991, 25 jaar Patenschaft. Van links naar rechts: commandant 3e (GE) PanzerDivision generaal-majoor Weick, Landrat Graf von Bothmer, commandant Paten Bataillon luitenant-kolonel von Reden, commandant 4e (NL) Divisie generaal-majoor Dekker en commandant 103 Verkenningsbataljon luitenant-kolonel De Vries.
21. Luitenant-kolonel P.H. de Vries spreekt op zaterdag 20 april 1991 de pas beëdigde luitenants H. Holthus, R. Nuyten en M. Kennedy toe.
22. Commandant 4e Divisie heeft 103 Verkenningsbataljon overgedragen aan commandant 41 Pantserbrigade. Brigade-generaal K. Kraak overhandigt de richtvlag aan luitenant-kolonel J.A. van Diepenbrugge.
23. Bij de commando-overdracht op 21 juni 1981 van luitenant-kolonel G.H. Eleveld aan luitenant-kolonel R.E. Abbas werd tevens het vierde lustrum van het bataljon gevierd. Negen van de elf bataljonscommandanten waren aanwezig. Van links naar rechts R.E. Abbas (11e), W.F.S. van Lingen (9e), J.H. Bos (4e), M.A. van den Wall Bake (2e), J.L.M. van den Bergh (1e), Jhr A. van der Goes (5e), J. Valstar (8e), J.D. Backer (3e) en G.H. Eleveld (10e). Niet aanwezig waren P.A.F. Cavadino (6e) en R.P. Hoondert (7e). Te paard wachtmeester I J. Keyzer.