Spanningen in de Koude Oorlog en oprichting 103 Verkenningsbataljon

Bij de na-oorlogse wederopbouw van Duitsland ontving West-Berlijn, gelegen in de Russische bezettingszone, financiële hulp van de geallieerden (V.S. – Groot Brittanië – Frankrijk). Dit in tegenstelling tot Oost-Berlijn, gelegen in de Russische bezettingszone, dat van de Sovjet-Unie geen hulp kreeg. Zo ontstond in West-Berlijn een vitale economie, terwijl het leven in Oost-Berlijn steeds slechter werd. Door de hulp van de Westerse geallieerden herstelde de economie in heel West-Duitsland opmerkelijk snel; naderhand het ‘Wirtschaftswunder’ genoemd. In Oost-Berlijn bleef voedselschaarste en werkeloosheid overheersen. Het gevolg was dat veel mensen uit Oost-Berlijn naar West-Berlijn vluchtten.

In 1958 ontstonden nieuwe spanningen in en rond Berlijn. Leider van de Sovjet Unie Chroesjtsjov eiste opheffing van de Viermogendhedenstatus voor Berlijn binnen zes maanden. De V.S., Groot Brittanië en Frankrijk weigerden echter een verandering van de status van Berlijn te accepteren.

In augustus 1961 bereikte deze crisis zijn dieptepunt. Om het falen van het communistische systeem te verhullen koos de Oost-Duitse regering daarbij voor één van de oudste propagandatrucs; de aanval. Sovjet-leider Chroesjtsjov was niet bereid de leegloop van de DDR met lede ogen aan te blijven zien. In de nacht van 12 op 13 augustus ‘61 verbraken de Oost-Duitsers de verbindingen van het oostelijke stadsdeel met het westelijk deel. Ondanks felle protesten verschenen prikkeldraadversperringen op de grens van de westelijke en oostelijke bezettingssectoren. Vervolgens werd in hoog tempo de Muur gebouwd, die door de Oostduitsers een ‘antifascistische beschermmuur’ werd genoemd met als doel de kapitalistische fascisten uit het Westen tegen te houden.

Gevolgen voor de Nederlandse defensie inspanningen

De oplopende spanningen tussen Oost en West leidden in april 1960 tot het besluit van C- 1LK Luitenant-generaal P. Gips om uit 102 Verkenningsbataljon onder commando van overste J.A.C. Bartels een nieuw, ook volledig paraat verkenningsbataljon te organiseren dat 103 Verkenningsbataljon zou heten.

De achterliggende gedachte was dat met de oprichting van twee verkenningsbataljons kon worden voorgesorteerd op de oprichting van de zogeheten 121e Lichte Brigade die zou gaan functioneren als dekkingstroepen, benodigd om de inzet van het NL Legerkorps in de Forward Defence-inzet aan de rivier de Weser mogelijk te maken. In geval van een aanval vanuit het Oosten hadden de twee parate Nederlandse divisies namelijk tijd nodig om zich vanuit Nederland naar de Noord-Duitse laagvlakte te verplaatsen om daar in het door de Northern Army Group (Northag) aangewezen operatievak van 120 km breed en 100 km diep te ontplooien.

Op de legerplaats ’t Harde veranderde in april en mei 1960 de samenstelling van 102 Verkenningsbataljon door het buiten gebruik stellen van het Delta- ondersteuningseskadron (Sherman Houwitsers) en het afstoten van het Echo-tankeskadron Centurion naar 101 Tankbataljon, dat op dat moment over slechts één tankeskadron beschikte.

Nu restten er drie verkenningseskadrons -Alfa – Bravo – Charly, die met het Delta en Echo verkenningseskadron werden aangevuld. Hiervoor werden de voormalige verkennings- en inlichtingenpelotons van de Infanterieregimenten ontmanteld en het personeel overgezet naar 102 Verkenningsbataljon. De grote appèlplaats op de legerplaats ’t Harde raakte overvol.

De nieuw instromende infanteristen werden ontgroeningstaferelen onthouden doordat overste Bartels hen nóg voor binnenkomst liet voorzien van de battle dress met zwarte baret en de ‘straatnamen’ Huzaren van Boreel.

Acht maanden later – in februari 1961 – maakte het Foxtrot eskadron van ritmeester H. Taal het drietal verkenningseskadrons compleet, benodigd om te komen tot de oprichting van 103 Verkenningsbataljon.

Met groot ceremonieel en de uitreiking van het 103-fanion werd op 15 juni 1961 de oprichting van 103 Verkenningsbataljon vastgesteld en kon bataljonscommandant Majoor J.L.M. van den Bergh het eerste Officiersappèl afnemen.

Foto archief 102 Verkenningsbataljon – Museum Nederlandse Cavalerie

Eerder op 15 december 1960 vond de oprichting van 121 Lichte Brigade plaats met de Kolonel der Huzaren J.A.C. Bartels, nu als C-121 Lichte Brigade.

Als gevolg van de ingeschatte ernst en het voortduren van de in augustus 1961 ontstane Berlijn-crisis besloot de Nederlandse regering 121 Lichte Brigade verder te versterken en deze per 16 oktober 1961 in Bergen-Hohne en Fallingbostel te stationeren. In Hohne kwamen ruim 2300 man in legering van wie de beide verkenningsbataljons bijna 1300 man voor hun rekening namen. 103 Verkenningsbataljon werd legering in NATO Lager 2 toegewezen. Ook drie commandocompagnieën – ingedeeld bij 121 Lichte Brigade – werden in Camp Hohne gelegerd.

Foto’s: Collectie Albert de Valk / Bergen Hohne 1962 Huzaren van Boreel

In Fallingbostel lagen ruim 1250 man voor het grootste deel, ongeveer 1000 genisten, afkomstig van 11 en 41 Geniebataljon. Vanaf maart 1962 werden de detachementen van de geneeskundige troepen, de intendance en de technische dienst, bij elkaar ruim 450 man, ondergebracht in Celle.


Herdenken
Feitelijk ligt de aanvang van de stationering van 103 Verkenningsbataljon in de Bondsrepubliek Duitsland bij deze eerste legering in Bergen-Hohne in de maand oktober 1961. Reden om de 60e verjaardag van het TRAKEHNER bataljon te gaan herdenken in het jaar 2021.


Geraadpleegde bronnen:
Bartels, J. en Göttgens, M. ; boek ‘Met het vizier op het Oosten’ – Geschiedenis van 102 Verkenningsbataljon 1957 – 1975 en 121 Lichte Brigade 1960 – 1963 in de Koude Oorlog (Wassenaar 2018)

Bartels, J. ; artikel ‘de 121e Lichte Brigade’ – Enhanced Forward Presence in de Koude Oorlog (Wassenaar 2019)

Rens, A. ; boek ‘Huzaren van Boreel 1813 – 2003’ (Amersfoort 2003)

Internet ; https://nl.wikipedia.org/wiki/Geallieerde_bezettingszones_in_Duitsland

Internet ; https://www.scholieren.com/verslag/werkstuk-geschiedenis-berlijn-tijdens-de-koude-oorlog